maandag 30 november 2009

Waarom doen wij ons dit aan ? (5-B)

Verlos ons van de heidense toespraakjes bij uitvaarten...

Het vervolg van deel 5 in de inmiddels bekende pastorale serie.

Zes in de week

Pastoor Schoppenkoning heeft voor deze week zes uitvaarten op de rol. (en het is nu maandag!) Vraag niet hoe je dat volhoudt en alle namen van alle overledenen die je geen van allen ooit in de kerk hebt gezien (laat staan kent) kunt onthouden, maar dat is wat anders.

Wat veel erger is: zes keer onderhandelen, soms met rustige maar onkerkelijke mensen, soms met veeleisende onkerkelijke mensen, en héél soms met mensen die begrijpen wat geloven inhoudt. Althans...

Hagelslag en knuffels

In ALLE gevallen wordt er gevraagd om een toespraakje of woordje van een kleinkind of familielid. Zeker als er een begrafenis volgt op een winderig kerkhof zonder aula, is de nood aan het leggen van een ei in de vorm van een persoonlijk toespraakje, net zo groot als het tussentijdse toiletbezoek. Omwille van de privacy van betrokkenen en de anonimiteit van de pastoor, geef ik niet de volledige inhoud van toespraken weer, hoewel ik hier nu een schattige tekst heb liggen van kleinkinderen voor oma, met daarin enkele steekwoorden: schommelen, zwembadje, sneeuwpoppen, chinezen, patiencen, glaasjes sherry, knuffel, spelletjes, eendjes voeren, de Spar, boterham met hagelslag, snoepjes, etc. etc.

U ziet het, echt iets om in de heilige liturgie een plaats te geven... nee, ik verzin het niet zelf, ik mag deze week na de communie een heel verhaal om deze steekwoorden heen aanhoren. In plaats van mijn dankzegging. U snapt wel, beste lezers, daar laadt een priester zich aan op, aan al die 'pastorale kansen'. Heidendom, dat is het.

Waarom doen we ons dit aan? Een litanie.

Waarom doen we ons dit aan? Omdat wij als Kerk wel een antwoord denken te hebben op alle noden van onze tijd, maar ondertussen iedereen maar zijn gang laten gaan. Waarom ik als pastoor dit toesta? Omdat er al zoveel niet mag in onze parochie. En omdat wij allemaal ons willen houden aan de richtlijnen van de bisschoppen die hier op geen enkele manier iets aan (willen) doen. Die dat soort teksten en nog erger in hun eigen kathedralen laten passeren. Wat moeten wij als pastoors dan nog? Strenger zijn dan je bisschop die je nog op je donder geeft als je ruzie maakt omwille van de heilige liturgie?

Protestantisering

Ja, over de heilige liturgie gesproken... ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat één van de redenen waarom wij als Kerk zo sterk geprotestantiseerd zijn, niet de liedjes van sommige tekstdichters zijn, maar zoals wij menen dat het kerkgebouw van iedereen is, en ook nog een beetje van God (misschien). Dat je in een kerk alleen komt om te bidden, en dus niet om te zwetsen, ontgaat de meeste katholieken volledig. Wij moeten alles maar toestaan omdat niemand nog het besef heeft dat een kerk een huis van gebed is, en voor niets anders bestemd. Protestanten kennen niet wat wij kennen: gewijde gebouwen. Wij wel. Maar ja, kathedralen zijn nationale monumenten, waar rondleidingen worden gegeven, mensen naar concerten komen, en waar een winkeltje staat waar je boekjes en kaarten kunt kopen. Waar is dat allemaal begonnen, al die ontheiliging? Bij de heren geestelijken in een tijd vóór ons. En nu zitten we met gebouwen waarin we de beelden terugzetten als teken van sacraliteit, maar waarvan het volk niet meer weet Wie het is die daar woont. Wat dan, 'sacraliteit'? Hij, de God die wij dienen te eren en aanbidden, woont er. Wiens Pasen wij vieren in de Heilige Eucharistie en dus niet in een klets-en zwetsliturgie.

In de Nederlandse protestants-katholieke Kerk is echter nog een hele tijd heel veel mogelijk, let maar op. Niemand roept de waanzin een halt toe. Ik kan het ook niet in mijn eentje, ik word nu al voortdurend uitgespeeld tegen de collega's die echt alles goedvinden wat bij ons al niet meer mag. Dus... wat wil je dan nog? Ondertussen blijven we dus oma's en opa's begraven met schattige teksten over hagelslag en frietjes, en zijn we dus o zo blij dat we weer voor elkaar hebben, dat we niets van het wezenlijke hebben verkwanseld. Denken we dan. Nee, want dat we in die 'liturgie' het Onze Vader solo staan voor te bidden, maakt ons niet uit. Dat de hagelslag en de Heilige Hostie natuurlijk onverenigbaar zijn, verantwoorden we later wel. Wee!

Hoe houden we dit vol?

Bid voor mij. Zes keer dit soort uitvaarten in één week is menselijkerwijs al veel, maar geestelijkerwijs té veel. Waarom doen we ons dit toch aan? God is oneindig barmhartig en kent de mensen beter dan zij zichzelf kennen, maar of Hij over al deze onzin vanuit Zijn Hemel blijft glimlachen, is toch maar zeer de vraag. Ondertussen zwoegt de kaartende pastoor verder. Op naar het volgende gesprek met nabestaanden. "Onze Chantal wil ook nog iets zeggen, pastoor." Och ja, het kan er ook nog wel bij...

zaterdag 21 november 2009

De leegte van de communicatie

"Het is niet zo dat door een grotere taakbekwaamheid, betere communicatietechnieken en pedagogisch vernuft de priester als vanzelf een beter priester zal worden. Dat alles is nuttig en nodig, maar het is ontoereikend. Een exclusief benadrukken van de professionalisering en het aanbrengen van technieken - de methodologische verfijning - kan de ware natuur en de opdracht van de priester soms periferisch maken en verdoezelen. Priester zijn is immers geen job of functie, het is een roeping", stelt kardinaal Danneels.

Natuurlijk is het waar dat een priester er alles aan moet doen om goed te communiceren met de gelovigen. Maar wat tegenwoordig de mode is, om alles zo ongeveer te bekijken vanuit het gezichtspunt van communicatie, is voor de Kerk ronduit gevaarlijk. Of mensen daarop keihard af te rekenen en af te schrijven. Want wij communiceren wél een boodschap, een inhoud, Jezus Christus. En dat niet alleen met woorden en menselijke mechanismen, maar ook via de orde van de genade. Een begenadigd spreker is niet altijd een begenadigd priester.

De schrijver van de tekst (kardinaal Danneels) kan daarover meepraten. Alles wat hij zegt of schrijft, verandert in goud. Zo lijkt het tenminste, mensen hangen graag aan zijn lippen. “Wat kan hij het mooi zeggen.” Honing. Ook bij dit stukje weer. Iedereen zegt: het is waar. Maar als we eerlijk kijken naar de Kerk in Belgie, dan zien we een failliete boedel. Liturgische en catechetische wantoestanden, erger dan we in Nederland ooit hadden kunnen bedenken. Als de Kerk érgens in Europa een facade is, dan wel in Vlaanderen. Hoe kan dat? De kardinaal en de bisschoppen zijn toch zulke goede communicatoren? Waarom hebben ze dan niet het gewenste resultaat? Inderdaad, eminentie. Omdat in uw eigen geval blijkt, dat mooie communicatie niet alles is. Uw eigen kardinalaat is het beste bewijs van uw stelling, die zoals vaker, niet alleen mooi gezegd is, maar ook wáár!

Wat is een kenmerk van een begenadigd priester? Dat vinden we niet in het handboek der pastoraaltheologie, maar in de geschiedenis van de heiligen. Daar zien we onaantrekkelijke priesters en paters in onooglijke dorpen en kloosters, mensen die meer tussen de melaatsen en uitgestotenen te vinden waren, dan op de recepties met de notabelen. Niet bij de Rotary, maar bij de armen. Niet in de media, maar in de biechtstoelen. Nee, wie bijvoorbeeld de aantrekkingskracht van de Pastoor van Ars wil zien, moet het niet zoeken in de communicatie. Die was, zachtst gezegd, ronduit beroerd. Niet diplomatiek. Niet efficient in de zin dat hij moeite deed om grote groepen te bereiken. Geen enkel medium dan gewoon zichzelf, een kleine man in een klein dorp in een versleten toog rondlopend. Geen andere boodschap dan gewoon de waarheid, rauw en onverpakt. Wat was zijn geheim? Zijn transparantie voor Jezus Christus. Hij was een medium in de goede zin van het woord. Meer waard dan media.

Wij moeten daarom als priesters en Kerk misschien eens wat minder krampachtig omgaan met alles wat communicatie heet. Bisschoppen zijn onderhand meer bevreesd voor wat de media van ze maken, dan wat God van hen maakt. Banger om te weinig professionele training te hebben gehad, dan dat ze gevormd zijn in het gebed. Banger dat de boodschap niet overkomt, dan dat ze de boodschap zelf met het hart kennen. Banger om af te gaan, dan om onheilig te zijn. Bang zijn is sowieso de slechtste weg om te communiceren... waar is de durf?

Waar zijn we soms toch mee bezig? De Kerk gaat bijna ten onder en wij maken ons druk over hoe we het verkopen. De mensen weten het allang. De buitenkerkelijken halen hun schouders al op. De binnenkerkelijken vragen zich massaal af: wanneer houden ze er eens mee op om alles alleen maar mooi te verpakken. Een lege doos met sinterklaaspapier eromheen, is niet wat we nodig hebben. Beter een rijke inhoud in een bruine kartonnen doos. Brood op tafel, beter dan mooie woorden. Heiligheid is het enige recept voor de zieke Kerk. Een heiligheid die de waarheid zegt, en durft te zeggen. Oprecht en vanuit God.

In Belgie weten ze na al die jaren Danneels hoe waar dat is. Helaas.

Het hele verslag van wat Kardinaal Danneels heeft gezegd:

http://www.rorate.com/nws.php?id=58135

maandag 16 november 2009

Waarom doen wij ons dit aan ? (5)

De uitvaart van meneer Pietersen *

Meneer Pietersen is dood. Na een lang ziekbed is hij gestorven, omringd door al zijn dierbaren. Pastoor Schoppenkoning wordt gebeld door de uitvaartondernemer. Kennen wij meneer Jan Pietersen? Nee, dat niet. Kan gebeuren, met drie enorme parochies kun je wel eens een van de schapen niet meer kennen. Maar Jan Pietersen staat ook niet in de ledenadministratie. Kan ook gebeuren. Veel mensen zijn zich niet bewust dat ze bij een parochie horen, denk je dan maar. We hebben veel kaartenbaklijken (leden waar je nooit last of gemak van hebt) maar ook lijken die niet eens in de kaartenbak zitten. Gebeurt gewoon.
De familie van meneer Pietersen wil een mooie uitvaartmis in de centrale Sint-Juttemiskerk. Want dat wilde Jan zelf zo. Met daarna een crematie. Gaat meneer pastoor na de mis ook mee naar het crematorium?

Op bezoek

Bij het bezoek aan de familie Pietersen zit de kamer al vol. Op het formulier wat de uivaartondernemer had gemaild, ziet de pastoor al dat Jan Pietersen niet getrouwd was, maar samenwoont met een twaalf jaar jongere vrouw. Mevrouw Annie Klaassen* gedraagt zich echter helemaal als de weduwe. Maar wie zijn al die andere mensen in de kamer dan? Een beetje discrete navraag leert, dat Jan Pietersen na een eerdere echtscheiding Annie Klaassen had ontmoet, en die was ook net gescheiden, en daar zit de zoon van Annie met zijn vriendin, en daar zitten de kinderen van Jan met hun aanhang. Aangenaam kennis te maken. Maar ook voor de kinderen van Annie was Jan helemaal een echte pa, en voor de kleine van Jan’s zoon en vriendin was Annie echt ‘oma’. O ja.

Na een heel verhaal over het trieste sterven van meneer Pietersen (“we vroegen nog: Jan, wil je nog bediend worden, maar nee, dat hoefde niet voor hem…”) schrijft pastoor Schoppenkoning ijverig op hoe fijn het was dat Jan en Annie elkaar hadden leren kennen toen ze allebei zo alleen waren na hun mislukte huwelijk, en dat ze samen nog zó fijn nog zó lang van alles hebben kunnen genieten, tot dan die rotziekte er tussen kwam. Maar ja, hij had geknokt, hoor! Jan wilde niet dood! Maar ja, nu op het laatst was het ook wel genoeg. Hij moest zo lijden, onmenselijk gewoon! Dan ben je blij als het voorbij is. Ja, op een gegeven moment was hij er zelf ook aan toe. Toen de dokter een spuitje had gegeven, werd hij zó rustig. Hij is heel vredig ingeslapen. Het klinkt gek pastoor, maar het is goed zo. Hij heeft een mooi leven gehad. Daar denken we nu maar aan terug. Maar nu nog even over de dienst, pastoor. Wij hadden het er samen al over gehad…

Wij vragen, u draait.

Ja, waar hadden ze het over gehad?
Jan hield heel erg veel van muziek, weet u. Hij was helemaal weg van vogeltjes, en daarom wilde hij per se de Vogeltjesdans tijdens zijn uitvaartmis, pastoor. En ook een stukje van André Rieu. We hebben alles al op een ceedeetje gebrand. Wat? Kan dat niet? Nee, in het crematorium hebben we al andere muziek. Wat is dat nou? Mag dat niet? Belachelijk! Wat is dat voor een Kerk die alles maar verbiedt? Wat nou, dat past niet in de mis? Het is ónze Jan hoor, ónze dienst! Daar heeft de Kerk niks mee te maken. Wat? O ja, we komen in de kerk. Een koor dat komt zingen? Zeker alles in het Latijn? Nee, ook wat anders? Nee, dan nog niet. Wij willen niet zo’n stel valszingende oude mensen – sorry, pastoor, niks tegen die mensen hoor, maar wij hebben het een keer meegemaakt en Jan zei al: ‘dát wil ik niet bij mijn uitvaart, Annie!’ Ja, wij begrijpen wel dat die mensen hun best doen. Maar wij willen voor Jan het allerbeste… kunt u niet één keertje een uitzondering maken? Nou zeg, wordt hier de laatste wens van de overledene niet meer gerespecteerd? (Zus van Jan loopt nu stampvoetend de kamer uit, smijt met de deur). Er valt een diepe stilte. En trouwens, pastoor, wie denkt u wel dat u bent? U jaagt de mensen zo écht de kerk uit, hoor, wat bent u nou voor iemand? Denkt u dat u de baas bent in onze kerk hier? Ik snap wel dat er niemand meer naar de kerk gaat, belachelijk, met al die regeltjes! Weer een diepe stilte. Een broer van Annie mengt zich in het gesprek. Hou er maar over op, Annie. Die man doet het tóch niet. Dochter Chantal komt er bij staan. Ik wil ook nog iets zeggen tijdens die dienst, of mag dat ook al niet? Dat wel? En mijn dochtertje heeft een tekening gemaakt voor opa. Broer Freek wil nog een eigen herinnering aan Jan voorlezen. En neefje Brian heeft een gedicht voor oom Jan. Kan dat ook? En namens de voetbalvereniging wil ook nog iemand spreken. De zus van Jan komt weer binnen. Ik heb even gebeld met Gerrie van Klaveren, en die kan heel mooi zingen. Die wil voor Jan wel een paar liedjes komen zingen, kan dat dan wél?

Misschien ook nog even een vraag over Jan, zegt de pastoor. Betekende het geloof ook nog iets voor hem? Had hij er steun aan toen hij ziek was? Had hij het ooit over… wat er na zijn dood zou zijn? Nou nee, Jan kwam nooit in de kerk. Nee, daar had hij eigenlijk niks mee. Weet u, toen zijn moeder overleed was hij heel boos op God. Waarom wij een uitvaart in de kerk willen? Nou gewoon, dat hoorde er voor hem toch wel ergens bij. Wat er na de dood is? Nee, daar zei hij nooit wat over. Hij was niet zo’n prater, weet u. Bidden? Nee, Jan bad nooit. Wij trouwens ook niet. Toen hij ziek was? Ook niet, nee, hij wilde alleen maar leven. Hij wilde niet dood. Ach, hij had eigenlijk niks met dat geloof…

De dag van de uitvaart

De kerk zit afgeladen vol. Gerrie van Klaveren komt zingen, met een artistieke meneer die een piano de kerk in heeft gereden. De viering begint. De familie brengt Jan naar voren, in tranen, de kinderen in hun beste spijkerbroeken, kauwgum kauwend, en in de bank slaan ze de armen om elkaar heen. Tijdens het voorlezen van het gedichtje barst Chantal in tranen uit, en de hele eerste rij met haar. Het gedicht van Brian wordt tussen weggeslikte tranen onverstaanbaar. Uiteindelijk hebben de aanwezige kinderen de kaarsen rond de kist aangestoken. “De schuldbelijdenis vindt u in uw boekje op bladzijde drie.” Boekjes blijven onaangeroerd, niemand bidt mee. Iedereen zit en blijft zitten, tot de pastoor bij het evangelie toch maar vraagt of iedereen wil gaan staan. De Schoppenkoning is de beroerdste niet, dus houdt hij na het evangelie een roerende persoonlijke homilie over het evangelie en het huis van de Vader waarin ruimte is voor velen. Ja, Jan was een goeie mens. Over de doden niets dan goeds. De pastoor kan het toch niet over zijn lippen krijgen dat Jan zijn nieuwe geluk vond bij Annie, maar ja, hoe kun je het zonder Annie zeggen? Moeten we dan alles maar goedpraten? “Nee, Jan kwam niet in de kerk, maar God is toch wel barmhartig, in zijn huis heeft Jezus plaats bereid voor velen. Laten wij dan hopen en geloven dat daar voor Jan ook ruimte is…”
Bij de communie nodigt de pastoor de katholieken uit om ter communie te gaan als ze werkelijk geloven dat Jezus aanwezig is, en in eenheid met de Kerk leven. Wat net zo weinig indruk maakt als alle andere gelovige woorden. Want ofschoon hij niet de communie uitreikt in de eerste bank, komt tóch bijna iedereen naar voren. Ja, bij een paar mensen moet hij er even achteraan of de bezoekers van deze uitvaart de Hostie toch maar willen nuttigen. Maar dat is hij gewend – communie uitreiken bij uitvaarten betekent dat de Schoppenkoning zijn engelbewaarder mee laat kijken wat mensen allemaal uitspoken met de H.Communie…
Na de communie zijn er nog de persoonlijke herinneringen aan Jan die zo voor iedereen klaarstond, altijd behulpzaam was, zo genoot van het leven, zo van zijn vogeltjes hield, en zo’n geweldige opa was, die altijd friet bakte op zondag, en die zo blij was met zijn Annie. En die zo van voetballen hield. Wat de voorzitter van de voetbalclub nog eens extra herhaalde, want Jan was de beste vrijwilliger in de kantine. Wat zullen ze hem missen. We zullen je nooit vergeten…

Nadat Gerrie het Ave Maria heeft gezongen, en een uurtje na aanvang, verlaat de familie de kerk op weg naar het crematorium waar dan alsnog de Vogeltjesdans zal klinken.

De parochie van pastoor Schoppenkoning heeft de familie van Jan Pietersen nog misintenties aangeboden uit de opbrengst van de collecte, maar daar heeft hij verder niets meer op gehoord…

Waarom doen wij ons dit aan?

Als dit nou slechts een hele grote uitzondering was, zou de kaartende pastoor er niks van zeggen. Accidents can happen. Maar helaas is het onderhand een uitzondering als het bij uitvaarten eens wél normaal gaat. O, het wordt wel minder, ja. Want de Pietersens en Klaassens kiezen steeds meer voor een persoonlijke afscheidsdienst in het crematorium zonder kerk. In het geval van Jan Pietersen zou de parochie het niet eens hebben geweten dat er in de Fazantstraat iemand overleden was, want we kenden hem eigenlijk niet eens…

Maar waarom doen wij dit allemaal? Wie is hier nou zichzelf voor de gek aan het houden?

1) Wij zien dat mensen gewoon zonder blikken of blozen niets hebben met de Kerk en bovendien openlijk leven zoals de Kerk dat – ahum – niet bepaald promoot. Was het niet zo dat mensen die pertinent en duurzaam in zonde leven, niet ter communie mogen? O nee, we willen niet oordelen, zo was het. Een oordeel uitspreken is erger dan de zonde bedrijven, zo is het toch? Maar waarom houden we er dan ook nog eens collectief onze mond over? Als de kaartende pastoor het zou wágen om de dingen voortaan bij de naam te noemen, kreeg hij beslist bezoek van zijn bisschop… Spreken is zilver en zwijgen is goud, toch? O, geldt dat ook voor de waarheid? Wist ik niet, monseigneur. Ik zal het nooit meer doen…

2) Wij kennen allemaal de diepe waarde van de Eucharistie, en kennen ook de liturgische regels. Maar tegenwoordig is het bespreken van uitvaarten een kwestie van tactisch onderhandelen geworden. Een beetje geven, een beetje nemen. Een pastoor is o zo blij als hij het weer gefikst heeft dat de essentiële bestanddelen van de Mis intact zijn gebleven. Ja, dat de gebeden van de Eucharistie als een tang op een varken slaan temidden van alle persoonlijke uitingen van ongeloof, wereldse flauwekul en symbooltjes met veel emoties, dat is dan jammer natuurlijk. Dat mensen gemiddeld niet meebidden of meedoen, dat benaderen we met zo veel mogelijk begrip. Dat we communie uitreiken aan mensen van wie je weinig oordeelsvermogen hoeft te hebben om te weten dat ze al héél lang geleden voor het laatst ter communie gingen, is sinds de handcommunie algemeen is ingevoerd, natuurlijk reden voor een hoop heiligschennis en exces. Maar ja, ook hiervoor geldt: wat wil je bisschop? Niet dat je gaat handelen naar de waarheid. Wat? Wat we Jezus aandoen? Moeten we ons daar dan druk om maken? Dat vindt u toch minder belangrijk dan de lieve vrede, of niet, monseigneur? Ja, u kunt er ook niks aan doen. (Dikke neus)

3) Sinds het gezegende Tweede Vaticaans Concilie gaat elke liturgische viering geloof ik om het Paasmysterie. Wat doen we daarmee? Nou, dat we voortaan nooit meer spreken over de uitersten en al helemaal niet meer over de zuivering van onze zonden voordat we de hemel ingaan. Ik ook niet hoor! Ik kijk wel uit. Over de doden niets dan goeds. Iedereen gaat naar de hemel. “Als iemand het verdiend heeft, dan toch wel…” Nee, de enige die het verdiend heeft is Jezus Christus vóór ons. Niet die overledene, zo goed hij/zij het ook gedaan heeft. Maar wat is dat voor een Paasmysterie als we het allemaal zo schaamteloos in de uitverkoop gooien? Was dat Bloed van Christus dan niet kostbaar? Net zo kostbaar als zijn Lichaam wat ook al 40 jaar in de uitverkoop is gegooid. Kom maar. Pak het maar. Stop het maar in je zak. Nee, dat willen we niet, maar we doen ook niets om het te voorkomen. De verrijzenis? Ook als je er niet in gelooft, geven we het met een blij gezicht weg.

We houden ons in slaap met prachtige theorieën over ‘kansen’ in het pastoraat. Met de idee dat er nog zoveel geloof is bij mensen. Na honderd uitzendigen van Kruispunt zijn we het met een blij gezicht zelf gaan geloven. Met de mildheid dat God niet oordeelt, en wij dus ook maar niet. En uiteraard met dooddoener dat het in de Kerk nu eenmaal zo werkt.

Zo werkt het nu eenmaal

Inderdaad zo werkt het allemaal. Per slot van rekening is ons hoofdkwartier gevestigd in Rome, Italië, een land waar je op elke straathoek struikelt over een kerk met een heilige die er begraven ligt. Maar ook het land met de meest dubbele moraal ter wereld. Waar de Kerk en de Maffia soms wel samen lijken op te trekken. Het land waar de Kerk zich druk maakt over het recht op leven van een ongeneeslijk zieke comapatiënt, terwijl de Kerk er zwijgt over de georganiseerde misdaad die zonder blikken of blozen een eervolle begrafenis krijgt na zoveel onschuldigen het leven te hebben genomen of het tot een hel te hebben gemaakt... Wie gepokt en gemazeld wordt in de mores van die wereldkerk, leert vanzelf weg te kijken, ja, misschien word je wel bisschop als je over die kwalificatie beschikt, om Italiaans te kunnen denken… “De leer is prachtig en de Paus is een heilige, maar het leven is anders…” Let maar eens op, als Berlusconi eens dit aardse leven verlaat, komt er echt wel een kardinaal opdraven om de uitvaartmis te doen. Wij doen het hier in feite precies zo. En de gewone gelovigen mogen het allemaal geloofwaardig vinden.
Daarom, mocht iemand op de nuntiatuur dit weblog meelezen, ik verwacht niet dat u er iets aan doet, hoor!

Ondertussen in Nederland

Ondertussen is de Kerk in Nederland op sterven na dood. Een farce geworden. Wij weten het en willen het niet weten. Wij houden de facade lekker overeind en houden onze mond. Met het episcopaat voorop. Ondertussen vluchten de gelovigen die God nog wél vrezen naar groepen, bewegingen en clubs die wél de zuivere leer bewaren. Nee, in de Buitengewone Ritus vind je deze misstanden niet. (Nee, die waren er voor het concilie ook niet, of wel?) Nee, in de kleine groepen die er nu écht voor kiezen vind je het niet. Nog niet. In de Nieuwe Bewegingen kun je ook veilig schuilen. Bij Opus Dei of Focolare bestaat dit niet.

Ondertussen ploetert de kaartende pastoor maar verder. Hij is niet zo bevoorrecht dat hij bij een nieuwe beweging is aangesloten, en bij de beweging van Petrus is het al eeuwenlang armoede. Gewoon parochiepriester. Gek hè, dat er maar zo weinig pastoors heiligverklaard zijn? Wij verdienen het ook niet. Gelukkig is Jezus er nog.
Ondank is zijn loon. De parochianen begrijpen hem niet – uitgezonderd de harde kern van zijn naaste medewerkers en trouwe bidzielen. Ja, misschien houdt hij het daarom wel vol. O nee, dankzij de H.Geest. De Schoppenkoning heeft zijn geloof niet verloren, omdat God wel móet bestaan als deze Kerk nog steeds bestaat.
En hij hoopt en bidt voor de overledenen voor wie hij dagelijks het H.Misoffer aan God opdraagt. Misschien doet hij daarom nog wel de Mis bij uitvaarten. Uiteindelijk is het Christus' werk voor arme zielen. En vooral voor die zielen die door iedereen worden vergeten. Al die arme drommels die alleen voortbestaan in herinneringen, maar voor wie niemand ooit nog bidt.
En hij hoopt dat hij, als het eens zijn tijd is om voor de rechterstoel te staan, dat hij dan een handje geholpen wordt om uit dat lange vagevuur verlost te worden, omdat hij in ieder geval heeft gebeden voor al die arme zielen die hem voorgingen. Want wie elk jaar zich moet bezondigen aan zoveel heiligschennende uitvaarten, en wie zich heeft laten dwingen om te zwijgen waarover hij eigenlijk had moeten spreken, die heeft boven wel iets uit te leggen. Althans, ik denk niet dat ik dat zelfs maar ga proberen. Deze kerkelijke praktijken zijn niet uit te leggen. Ik zal het maar houden bij “mea culpa, mea maxima culpa” en dan: “O God, wees mij zondaar genadig.”

Bij mijn sterven: geen bloemen, geen toespraken, maar wel HH.Missen. Veel HH.Missen…
Want ik geloof nog steeds in waarvoor ik bij mijn priesterroeping gekozen heb. Dat God er is. En dat ik als zijn onnutte dienstknecht misschien wel ergens nuttig voor geweest zal zijn.
Bid voor mij. En voor al mijn collega's die misschien dit weblog lezen en daardoor niet zo het gevoel hebben dat ze er helemaal alleen voor staan. Bidden wij voor elkaar...




* de namen in dit blogbericht zijn gefingeerd en iedere gelijkenis met de werkelijkheid berust beslist op louter toeval. Hoewel… meneer Pietersen is bijna meneer Elkerlyck… lijkt het wel.

zondag 8 november 2009

Waarom doen we ons dit aan? (4)

Wat vraagt u voor Kimberley van de Kerk van God?

Op deze vraag geven de ouders volgens het doopboekje dit antwoord:

Ouders: Aan de kerk van God vragen wij dat ons kind gedoopt wordt om te leven als kind van God.

Pastoor: Ouders, U vraagt het doopsel voor uw kind. Van u wordt verwacht, dat u uw kind opvoedt in het geloof en het leert leven naar Gods geboden volgens de woorden van Christus: bemint God en de naasten. Bent u zich bewust van de taak, die u hiermee op u neemt?

Ouders: Ja, dat beseffen we.

Pastoor: Ouders, door U zijn peetouders gekozen om u te helpen bij de geloofsopvoeding van uw kind. Mede namens de kerk zullen zij U bijstaan en in voorkomende omstandigheden kunt u rekenen op hun steun. Daarom vraag ik U, peetouders, bent U bereid de ouders in hun taak bij te staan?

Peetouders: Ja, daartoe zijn wij bereid.

Pastoor: De gemeenschap van Jezus Christus neemt jou, Kimberley, met vreugde in haar midden op...


Nou ja, met vreugde?

Ja, wij nemen graag kinderen als Kimberley in haar midden op, al zouden wij het voor de verandering heel aardig vinden als kinderen genoemd werden naar heiligen die ook een echte patroon zouden kunnen zijn.
Ja, wij doen dat in naam van de Vader die alle mensen tot zijn kinderen wil maken. In naam van Jezus Christus die zelf zijn leven gegeven heeft om ons en Kimberley te verlossen - en die Zelf doopt overigens, met de priester of diaken als nederige bedienaar. Door de H.Geest die de genade van God bemiddelt en werkt in het sacrament van de doop.

Maar voor de rest is het vriendelijke dialoogje (in de allervriendelijkste versie die het goedgekeurde rituale van 1991 kent) natuurlijk in de overgrote meerderheid van de gevallen een aanfluiting. "Ja, dat beseffen wij." Wij zijn als Kerk tegenwoordig al o zo blij dat mensen überhaupt nog naar onze kerken komen om hun Kimberley ten doop te houden. Want de meerderheid van de ouders van levengeborenen loopt ons straal voorbij, en het lijkt bovendien wel: hoe slimmer de ouders, hoe harder ze doorlopen. Laten we het zo zeggen: de verhoudingen die in andere sectoren van de samenleving gelden voor de verdeling tussen universitair/hbo/mbo/anders geschoold, weerspiegelen zich niet in de Kerk. Behalve misschien in sommige grootsteedse parochies waar de elite zich verzamelt, is de meerderheid van de doopouders niet superslim, of erg bewust bezig met de Kerk van hen zou kunnen verlangen. "Ja, dat beseffen wij..." Laten we al heel blij zijn - om het met God in Jona 4,11 te zeggen - dat zij het "verschil tussen hun rechterhand en hun linkerhand weten".

Opvoeden in het geloof

Opvoeding? Laten we blij zijn dat het met de opvoeding sowieso een beetje lukt. Want natúúrlijk mogen we het als Kerk niet meer zeggen, maar in onze overtuiging zijn kinderen het beste af in een gewoon gezin van vader en moeder en waar het Sacrament van het Huwelijk de basis is van het gelukkig en harmonieus samenleven. Bovendien is het "leren leven naar Gods geboden volgens de woorden van Christus: bemint God en de naasten" ook gebaat bij een krachtig voorbeeld. Met alle respect: als papa en mama gewoon bij elkaar ingetrokken zijn, kunnen ze zeggen heel veel van elkaar houden en wij geloven dat allemaal, maar wij vinden dat moreel nog steeds niet "leven naar Gods geboden." Welnu, vraag bij de doopouders niet naar hun trouwboekje, hoor! En al helemaal niet of ze héél misschien nog voor de Kerk gehuwd zijn... Als we als eis zouden stellen dat de dopelingen kerkelijk 'wettige' kinderen zouden moeten zijn, konden we sowieso wel ophouden. Om nog niet te spreken van de kinderen die thuis geen papa of mama hebben, of een stiefpapa of -mama, of gewoon een leuke nieuwe vriend(in), of allerlei halfbroertjes en -zusjes uit de verschillende relaties van papa en mama. Om nog helemaal niet te spreken van de ruzies die soms over de hoofden van de kindjes worden uitgevochten, of waarvan later de verzoeken binnenstromen of één van de ouders en/of peetouders niet uit het doopboek kan worden geschrapt, want "ik wil niet dat onze Kimberley nog ooit iets te maken heeft met die #%$*&..."

En dan wil ik het nog helemaal niet hebben over het geloof van de ouders en peetouders. Geloof? Waarin dan? Ja, ze zeggen braaf 'Ik geloof' als ze de geloofsbelijdenis wordt voorgelezen. Maar beseffen ze wat ze dan zeggen? Het doopsel is toch niet omdat je gelooft, maar "omdat het erbij hoort?" Leven als kinderen van God? Een persoonlijke relatie met de Vader door Jezus Christus? Bidden? Dus niet, hè! Druk het Onze Vader vooral helemaal af als je een boekje maakt, want denk niet te gemakkelijk dat de ouders en peetouders het nog kennen.

Leuk, zo'n kerk

Wie wel eens een doopviering meemaakt in een gemiddelde parochiekerk, moet vooral niet verwachten dat de aanwezige kinderen en families weten hoe je je in een kerk gedraagt. En dan hebben we het nog niet eens over de petjes die de heren gewoon ophouden. Laten we het nog niet eens hebben over het geklets en gepraat in het Huis van God. Nee, de meeste ouders laten met hun families uitbundig zien dat ze niet weten wat een kerk is. Kinderen vinden het wel spannend, zo'n hol klinkend gebouw en gaan dan ook alle lawaai van de wereld maken. Rennen en klieren, en uiteraard geen ouder die er iets van zegt. (Doen ze in de supermarkt overigens ook niet...) En als je als pastoor zou wagen er iets van te zeggen, dan krijg je een grote bek en ben je niet vriendelijk, een bullebak, of iemand die het feestje verkloot. Nee, beschaving is zeldzaam aan het worden, en als je met de sociale onderklasse te maken hebt, zijn ze niet verlegen om het gemis daarvan ongeneerd te uiten.

Waarom doen we ons dit aan?

Waarom gaan we maar door met het dopen van kindjes die allemaal heel lief en schattig zijn, waarvan we allang niet meer geloven dat ze naar de hel gaan als ze niet gedoopt worden, maar die verder in hun gezin geen enkele verwachting tegemoet gaan dat het méér wordt dan dat ene moment (en heel misschien nog de eerste en laatste communie)? Waarom nemen we ons eigen vraag- en antwoord in de doopviering zo weinig serieus? Wij laten mensen van alles uit het boekje lezen waar ze óf niet achter staan, óf waarvan ze niet beseffen wat ze zeggen? Waarom zijn we als Kerk bovendien zo moedeloos geworden (door alle slechte ervaringen) dat we ook geen moeite meer doen om van doopouders en peetouders méér te verlangen dan dat ze op die en die zondag naar de kerk komen voor de doop en basta? Omdat we weten dat mensen te lamlendig (of positief gezegd: te druk) zijn en daarom tóch niet komen als je weet-ik-hoeveel ouderavonden verplicht stelt, houden de meeste pastoors als ze de eerste jaren na hun wijding achter zich hebben, ook het idealisme om doopouders her-op-te-voeden voor gezien. Doopvoorbereiding is daarom bijna overal nul-komma-nul. Soms een werkgroepje. Soms een ouderavond. Met verveelde mensen die voor even bereid zijn om mee te praten en die je daarna ook nooit meer ziet. Gelukkig is er misschien een mooi boekje of een website voor doopvoorbereiding. Dan hoef je het zelf niet meer te doen, maar vraag niet of er ooit iemand naar kijkt.
Het is in feite gewoon helemaal niks. En we houden onze snavel er over, want stel je voor dat je je in geweten zou gaan afvragen waarom we er met zijn allen niks aan doen.
Hoe lang duurde de doopvoorbereiding in de eerste eeuwen van de Kerk ook al weer? Hoe lang moeten volwassenen in de wachtkamer als je op latere leeftijd gedoopt wilt worden? Laten we het daarom maar snel na de geboorte doen, dan hoor je er meteen bij en hoef je er nooit meer iets voor te doen...

Beleid van de Kerk

Individuele priesters en gelovigen mogen gerust het hoofd schudden over zoveel dwaasheid. Wij laten mensen maar hun gang gaan. Zeggen nergens wat van. Niet van hoe mensen leven in hun huishoudens (gezinnen mag je het niet noemen). Niet over hoe ze geloven (of niet). Niet wat ze bij ons komen doen. Niet hoe ze zich gedragen in het gebouw waar ze te gast zijn. Niet dat ze zichzelf en ons voor gek zetten met hun 'Ja, dat beseffen we', en 'ik geloof'. Niet waarom we ons dit aandoen. Waarom niet? Omdat we meedoen met wat alle parochies doen. Doop maar raak. Het is voor niks. Weiger niks. Vraag niks. Doe maar. Maak geen ruzie.

Laten we dan ook niet verbaasd zijn dat de overgrote meerderheid ook niks meer van ons verwacht. Wat voor niks is, is ook niks. Als we niks vragen, zal ons ook niks teruggegeven worden, of bijbelser: 'vraagt niets en ge zult niets verkrijgen'. De paar gezinnen waar men wél serieus met de sacramenten omgaat, krijgen veel, beseffen het en geven het terug. De meerderheid... het is bewust het zaad van het Kindschap op de asfaltweg gooien.

De Kerk van deze tijd legt door haar slapheid en lamheid de basis voor een nieuwe afkalving van nog grotere leegheid en onkerkelijkheid. We kletsen over evangelisatie, maar het zijn inhoudsloze woorden van bisschoppen die geen afscheid willen nemen van de volkse Kerk-van-niks. We zijn al decennia bezig uitverkoop te houden. We weten wat het resultaat is: contra-evangelisatie. Maar niemand, zelfs de 'goede' bisschoppen niet, durft eerlijk onder ogen te zien, dat we een geweldig 'product' hebben wat misschien wel niemand meer wil hebben omdat het niets waard lijkt te zijn. Als we blijven toestaan dat mensen die nauwelijks iets geloven een sacrament krijgen, moeten we niet verbaasd zijn dat ze nooit uitgedaagd zullen worden om meer dan 'nauwelijks iets' te gaan geloven. Dat gebeurt en dat zal nog meer lege kerken opleveren. We rekenen ons nog rijk met aantallen dopelingen, maar we zijn failliet.

Waarom doen we ons dit aan? Omdat eigenlijk niemand het wil, maar we te verlamd zijn om te doen wat we willen en niet te doen wat we niet willen.

Gods liefde voor mensen

Nu zullen er ongetwijfeld brave collega's en gelovigen zijn die zeggen: Maar God is toch veel barmhartiger dan de kaartende pastoor? Waarom zo veroordelend? Er is toch nog heel veel verborgen geloof? Heel veel goede mensen?

Beste lezers en lezeressen. Natuurlijk weet de kaartende pastoor dat voor God iedereen welkom is, en dat God wil dat alle mensen gered en gedoopt worden. Al weet ik dat juist degenen van de open Kerk tegen de ouderwetse zieltjeswinnerij zijn en wij van de behoudende afdeling normaal graag de kerken vol hebben, wil ik toegeven dat mijn verhaal wat zwart van toon is. Inderdaad. Je kunt sommige dingen ook als een kans en een uitdaging zien. De goede bedoelingen van mensen recht doen. God die kijkt naar de harten en die niet oordeelt. Oké. Ik kan ook tegen mezelf preken.

Natúúrlijk is Schoppenkoning begaan met zijn parochianen en de mensheid als geheel. In naam van God die begaan is met mensen en medelijden heeft. Het enige waar ik (en volgens mij ook God) niet tegen kan, is dit: onoprechtheid. En dat is wat ik dan ook aanklaag. De luchtballonnen. Het goedpraten van leugens en onzin. Het jezelf en anderen voor de gek houden met schone schijn. Als God begaan is met de mensen van Ninevé, dan is dat omdat Hij van de mensen houdt. Ik voel me heel erg thuis bij het onderstaande citaat van Jona 4. Maar... God wil wel dat de mensen van de grote stad Ninevé zich bekeren van hun dwaalwegen. Hij benoemt eerlijk het probleem: ze weten niet beter. God steekt zijn hoofd niet in het zand. Hij zegt niet: 'ze bedoelen het zo goed.' Want als God dat zou zeggen, bekeert er zich geen hond. Onwetendheid is een excuus, maar bewuste domheid niet. Onmacht verontschuldigt, luiheid nimmer. Overmacht pleit vrij, maar onverschilligheid is de dood van de liefde. Zonder over individuele personen te oordelen, lijkt me de gedachte gerechtvaardigd dat we als Kerk niet vrij te pleiten zijn voor alle ongelovige gedoopten. We doen het onszelf aan. We veroordelen niet de schapen, maar vragen ons als herders af: waar zijn we in Godsnaam mee bezig? Waarom doen we ons dit God en onszelf aan? Aan God ligt het niet dat het grondpersoneel zichzelf wentelt in volstrekte nikserigheid als het gaat om de allereerste stap in het geloof. Daar past een profetisch woord van Jona (en Schoppenkoning) bij. Om te ontmaskeren.

Schoppenkoning zal nooit zijn ambt verlaten. Want hij vreest God. Maar omdat hij God vreest, vreest hij ook diens terechte oordeel... laat ik hopen op Gods erbarmen want sowieso zal ik als priester achteraan mogen sluiten in het lange vagevuur. Vanwege mijn doen én vooral laten. En ik kan niet zeggen: "ik heb het niet geweten". Want mijn geweten klaagt mij dagelijks aan. Het uwe ook?

Jona 4,11: En zou Ik dan niet begaan zijn met Nineve, de grote stad Nineve, waar zoveel mensen wonen meer dan twaalf tienduizend tallen mensen, die het verschil tussen hun rechterhand en hun linkerhand niet weten...?

Voor ons allemaal zal misschien wel gelden wat Jezus zegt:
"De mensen van Nineve zullen bij het oordeel opstaan samen met dit geslacht en het veroordelen, want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona; welnu, hier is meer dan Jona." Mt.12, 41.

dinsdag 3 november 2009

Zwalken ?

Wat leert de storm aartsbisschop Eijk, nu hij wederom de vrijmoedige bloggers over zich heenkrijgt na het besluit om het Arienskonvikt op te doeken?

Wat hij als medicus al kon weten.

1) Als u wilt snijden, dokter Eijk, doe het dan in één keer heel goed. Snij het er in één keer uit en laat de patient niet meerdere keren terugkomen voor een ingrijpende operatie.

2) Informeer de patient en betrokkenen tijdig en volledig over de aard van de kwaal, de genezingsprognoses en vooral de aard van de behandeling.

Het besluit als zodanig


Op zich is het besluit om het Konvikt te sluiten een juiste beslissing. Maar eigenlijk is al sinds de visitatie (ik meen in 2001) voor de theologische opleidingen in Nederland duidelijk dat er veel te veel opleidingsplaatsen zijn voor veel te weinig priesterstudenten. Toen al en nu helemaal. Concentratie en afstoten, dat is het enige verstandige besluit wat men kan nemen. Bovendien zijn al die opleidingen op zichzelf een nog bodemlozer put dan monumentale kerkgebouwen. Ondanks allerlei stichtingen die dit soort instituten buiten de bisdombegroting weten te houden, zijn het natuurlijk zinloze vormen van geldverspilling waarbij het theologie-onderricht uiteraard lijdt onder veel te kleine klasjes met veel te weinig studenten. Dat was toen ik op Rolduc studeerde wel anders! Daar kwamen de beste docenten graag in de Megaron staan voor 40 studenten theologie! Waar blijft de tijd met seminaries waar in totaal nog 10-15 studenten zitten, verspreid over zes studiejaren...

Vanuit die Rolduc-wijsheid zou mgr. Eijk hebben moeten weten dat de idee om op Dijnselburg een doorstart te maken (zoals eerder aangekondigd) een dwaas idee was. Nu de stekker er uit, heeft in ieder geval een heleboel invsteringen in Zeist voorkomen. Laat de makelaar maar komen voor dat complex. Alles naar de Tiltenberg. Vanuit praktisch én theologisch perspectief een prima move.

Zwak bestuurder?

Wel is het jammer dat nu het beeld ontstaat dat de aartsbisschop niet weet wat hij wil. Dat hij een zwakke bestuurder wordt omdat hij a) niet meteen doorpakt waar nodig, en b) dat slecht communiceert. Tsja, helaas kan ik daar weinig tegenin brengen. Een leerpuntje vanuit de medische- en managerswereld voor een relatief onervaren aartsbisschop met een onmogelijk onervaren staf in een onmogelijk gecompliceerd bisdom. Geen reden om hem af te schrijven, maar om hem te helpen.

Wel vind ik het dus ook tegelijk jammer, dat hij vanwege die slechte communicatie en het ontbreken van voldoende draagvlak in zijn eigen bisdom, niet meer kan rekenen op begrip bij de kerkbetrokken mensen - priesters en leken. Ik denk dat het beleid, hoe instabiel het ook kan lijken, wél uit te leggen is. Zeker als het gaat om ingrijpende beslissingen als deze, getuigt het soms ook van wijsheid om te proberen zaken praktisch en financieel nog op orde te krijgen. Een curator in een failliete boedel probeert ook eerst gezonde onderdelen te redden tot absoluut zeker is dat ze niet levensvatbaar zijn.
Mgr. Eijk komt niet uit de kringen van het aartsbisdom. Zelfs voor insiders is het waarschijnlijk nog moeilijk genoeg om een scherp beeld te krijgen van de hopeloze verdeeldheid, anti-stromingen én het faillissement (moreel en financieel) van de gehele organisatie. Denk maar niet dat ex-vicaris Rentinck een overzichtelijk huishoudboekje heeft nagelaten! Nu lijkt het alsof Eijk de botte bijl hanteert, maar eerlijk gezegd, mij lijkt het waarschijnlijker dat het niet goed mogelijk was om eerder inzicht te krijgen in de werkelijke onmogelijkheid van een doorstart van zoiets als het Konvikt. Maar toegegeven: het is met het aartsbisdom wel heel triest gesteld als het waar zou zijn dat men het dan ook niet meer klaar zou krijgen om de diocesane instanties, andere bisschoppen en betrokkenen daarover in de juiste volgorde te informeren. Hoe diep kan de kloof zijn?

Het lijkt bijna een duivels dilemma. Niets doen betekent dat er niets verandert. Wél iets doen temidden van mensen die je nog niet hebt gewonnen voor je beleid, betekent risico lopen als je besluiten te lang gaat overleggen met iedereen. Echter, hoe vaker je niet overlegt, hoe minder draagvlak je overhoudt voor beleid. Uiteindelijk zijn er ook nu alleen maar verliezers.

Mag het misschien ook juist van mildheid en een zeker optimisme getuigen dat Eijk het minstens heeft geprobeerd met het Konvikt en Dijnselburg? Dat die keuze dan nu voor naief en zwalkend wordt versleten, dat zij dan maar zo. Ik denk dat we ondanks de terechte kritiek, ook recht doen aan zijn keuzes door begrip te hebben voor de aarzeling en de dilemma's. En wie in zijn schoenen staat, doet het (net als in het eerder besproken Linge-conflict) gewoon nooit goed. Ik denk dat niemand ernaar hoeft te verlangen om plaats te nemen op de metropolitane bisschopszetel die in Utrecht midden in een slangenkuil lijkt te staan. Voor die slangenkuil is niet de huidige aartsbisschop verantwoordelijk, maar het bestuur van zijn voorganger.

Uiteindelijk is het nu toch, ondanks alles: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

Het vervolg - update

Ondanks de ongekend felle reacties afgelopen week, en het beeld van diepe verdeeldheid in de Nederlandse Kerk wat nu (eindelijk) naar buiten komt, komen we natuurlijk ook hier weer overheen. De Kerk gaat niet harder ten onder door een stap van de aartsbisschop, en als God priesters roept, dan worden die dat hoe en waar dan ook. Of niet, zie mijn eerdere analyse van de priestercrisis op dit blog. (september: wij krijgen terecht geen nieuwe priesters) Waaraan kan worden toegevoegd: we krijgen ze ook niet omdat de Kerk met alle ellende die ze steeds ondergaat en/of over zich afroept, nu niet bepaald een aantrekkelijk 'arbeidsklimaat' is. Je moet wel héél sterk geroepen zijn, om je nu helemaal aan Christus én Zijn Kerk te geven! Goeie testcase, zou je kunnen zeggen.
Maar dan blijft nóg staan: wat vandaag nieuws is, daar zit morgen de vis in verpakt, heeft eens een wijze bisschop gezegd. Heel waar. In dit internettijdperk is het wat minder letterlijk te nemen, maar het klopt wél: stormen waaien over, en daarna komt men de schade opnemen en herstellen. Het enige wat blijft is het Blijde Nieuws van God en zijn belofte dat de Kerk nooit helemaal ten onder zal gaan. Daar zullen we dan maar op vertrouwen.

But that’s just my two cents...

maandag 2 november 2009

Allerzielen - de ware troost

En ik had me nog wel zo voorgenomen om me niet meer op te winden over de waan van de dag en vooral niet over de wanen van de ware Daily Prophet van Katholiek Nederland, ware het niet dat ik vandaag na mijn gebeden voor de overledenen ernstig gestoord werd door onderstaande anti-katholieke KRO berichtgeving in opdracht van onze Nederlandse bisschoppen.

Dit KRO-geneuzel allemaal verdragen - het is allemaal voor de meest verlaten zielen in het vagevuur… sidder en beef, de Dies Irae komt over ons, gruwelijk en wreed, en de zwarte engel vandaag is meneer Frans Tervoort, een KRO-coryfee, die ons Allerzielen-gevoel even lekker een flinke knauw wil geven.

Sidder en beef, ik citeer:

Uit de vlammen bevrijden
Vroeger mocht je op 2 november, de gedachtenis van Allerzielen, zieltjes redden uit het vagevuur. Als kind geloofde ik dat overledenen in het vuur pijn moesten lijden om er hun zonden uit te boeten, voordat ze naar de hemel mochten. Op Allerzielen konden we ze helpen door te bidden. Als je zeven onzevaders, zeven weesgegroetjes en zeven eeraandevaders had gebeden was er een ziel uit het Vagevuur verlost. Dat deed ik dus met groot enthousiasme. We maakten er zelfs een spel van: wie verlost de meeste zieltjes? Het leuke was dat je telkens na iedere ‘reddingsactie’ even de kerk uit moest gaan. En dan snel weer terug de kerk in om biddend een volgende arme zondaar uit de vlammen te bevrijden.

Portiuncula-aflaat
Het gebruik om de kerk in en uit te gaan heette ‘portiunkelen’. Een raar woord. Later heb ik begrepen dat dit genoemd is naar de kleine kapel van Sint Franciscus in Portiuncula bij Assisi, waar de gelovigen deze vorm van zieltjes redden voor het eerst praktiseerden. En intussen las de priester drie missen achter elkaar. Natuurlijk moest je nog wel aan een paar voorwaarden voldaan hebben wilde de actie succes hebben: eerst biechten en daarna de communie ontvangen. Biechten deden we toch iedere maand klassikaal, en dus ook voor Allerzielen. En te communie gingen we natuurlijk ook tijdens iedere Heilige Mis: keurig op de knietjes op de harde communiebank, handjes gevouwen, ogen dicht en de tong ver uitgestoken.

Samen naar het kerkhof
Na het Tweede Vaticaans Concilie verdwenen deze gebruiken en ook het simpele geloof in een vagevuur als louteringsplaats voor zondaars. Maar het herdenken van de doden op Allerzielen, de dag direct na Allerheiligen is zeker niet minder geworden. Een speciale dag, om stil te staan bij de dierbare overledenen, spreekt mensen aan. Samen naar het kerkhof, verse bloemen en kaarsjes op de graven zetten. Het biedt mensen troost.


Maar dat vagevuur, dat is theologisch definitief gedoofd, hoop ik. Laten we ons maar niet meer bang maken door die middeleeuwse beelden. Maar wel wil ik uit de Middeleeuwen nog wel graag de hemelse klanken horen van het In Paradisum. Dat ontroert en biedt troost. Een zalfje voor de ziel. Bij een begrafenis en op Allerzielen. bron: katholieknederland.nl


Welnu, meneer Tervoort. Dat u zo blij bent dat u het katholieke geloof uit uw jeugd hebt afgezworen en bij de katholieke radio omroep een podium hebt gevonden om dit anti-getuigenis uit te venten, is tragisch op zichzelf. Ik kan uit het bovenstaande niet opmaken waarin u nog méér gelooft dan alleen wat gevoelens van troost met wat rituelen daar omheen. Maar wij van de Rooms-Katholieke Kerk geloven wel degelijk dat er méér is, om maar een oude slogan van uw werkgever uit de kast te halen.

Pasen

Sinds dat door u zo verheerlijkte en bevrijdende Tweede Vaticaans Concilie namelijk, werd ons geloof meer dan ooit geënt op het Paasmysterie, Jezus Christus die voor ons gestorven en verrezen is om ons mensen uit de dood te verlossen. Alle rituelen rondom lijden, dood, sterven, begraven, maar ook en vooral het vieren van de H. Eucharistie, staan in het teken van het Paasmysterie. Wij geloven vast en belijden dat degenen die in Christus sterven, met Hem eens zullen verrijzen en dat de zielen van de overledenen bij Christus in de hemel mogen zijn. Dat is de echte troost van ons geloof. Er is inderdaad méér, méér dan alleen kaarsjes en rituelen. Het In Paradisum klínkt niet alleen hemels, maar het gáát ook over de hemel. Het gaat over Pasen voor de gestorvenen.

Omwille van onze zonden

Nu komt er bij dat Paasmysterie echter iets bij. Jezus Christus is niet alleen gestorven voor ons om ons een plezier te doen en ons wat troost te bieden. Nee, Hij is gestorven omwille van onze zonden. Nu is dat woord ‘zonde’ wel uit het KRO-handboek geschrapt en het bestaat alleen voort in herinneringen aan vroeger, waarover we met zijn allen lekker kunnen lachen, je weet wel: de tijd van biechtstoelen en vagevuurtjes. Echter, aangezien ik nergens ooit heb gelezen dat Jezus tegen de KRO heeft gezegd dat wat op aarde ontbonden is, ook in de hemel ontbonden is, en de sleutelmacht vermoedelijk dus nog steeds in handen van Petrus en zijn opvolgers ligt, is het niet zo dat nu ook voor de hemel de zonde niet meer bestaat. Als u bij de KRO tenminste nog gelooft in enig absoluut geloofspunt, zou ik daarom veiligheidshalve niet zo hard lachen om het vagevuur, want voor u het weet is het uw eigen tijd en dan zullen we nog wel eens zien wie er gelijk heeft.

Ondertussen houdt de Rooms-Katholieke Kerk wereldwijd nog vast aan het bestaan van zonde. Nu zijn wij allen vol hoop, want Christus heeft eens en voor al afgerekend met de zonde en de dood. In eeuwigheid. Maar in het tijdelijke bestaan is de zonde in het geheel niet weg. Nu komt de crux van heel het probleem: waarom bidden wij voor de overledenen op Allerzielen? Welnu, meneer Tervoort, wat u en de rest van de afvallige katholieken doen op Allerzielen zal mij een zorg zijn (dat is het voor mij als herder!) maar wij blijven bidden voor de overledenen opdat zij verlost mogen worden van de laatste zondesmetten alvorens het Paradijs te mogen binnengaan. Wij bidden ze toe ‘in Paradisum’ en ‘Requiem aeternam’ en ‘Lux aeterna’, vanuit het diepe besef dat wij mensen dat niet zomaar bereiken, maar alleen als wij daar de Vader met aandrang om smeken, een beroep doend op het Paasmysterie van Jezus Christus. Vraagt en gij zult verkrijgen, maar kinderen die niet vragen worden voor de verandering een keer wél overgeslagen. Zeker als daar een houding onder zou zitten waarbij Gods gerechtigheid verward wordt met onnozelheid, waarbij wij van God zouden verwachten dat Hij wegkijkt in plaats van de waarheid onder ogen te zien. Wegkijken is iets voor politici, niet voor de Vader. En wie wil leven in geloof aan de Vader, kijkt dus ook niet weg van zijn eigen zonde, maar kijkt de Vader smekend aan. “Hier ben ik Heer. Wees mij zondaar genadig.” Dát is eerlijk geloven. Niet die zelfingenomen blik van de afvallige-van-huis-uit-katholieken die wel zeggen te geloven maar niet geloven dat Jezus is gestorven en verrezen omwille van onze zonden. Als zonde niet zou bestaan, meneer Tervoort, zou Jezus voor niks zijn gestorven. Als u dat maar weet!

Allerzielen en het vagevuur

Derhalve. Op Allerzielen bidden wij speciaal voor de zielen van de overledenen. Vol hoop op de Verrijzenis, maar ook realistisch omtrent het aardse bestaan van ups en downs. Dankbaar voor het goede dat zij hebben gedaan (en wat we in blijde herinnering houden) maar ook rouwmoedig over wat zij niet goed hebben gedaan (waarover we meestal niet spreken, maar wat desondanks wel gebeurd is). Allerzielen is geen somber feest, net zo min als het vagevuur dat is. Bedenk wel dat wie in het vagevuur zit, zeker is van zijn Redding, hè! Even er doorheen en dan naar de hemel. En wij op aarde die de gestorvenen daarbij een handje mogen helpen! Daar moet je niet om lachen, daarvoor is dat veel te mooi. Je lacht toch ook niet om iemand die een blinde helpt een drukke straat over te steken?

Daarom vier ik vandaag de H.Eucharistie voor de overledenen. Jazeker, ik bid voor de zielen van de gestorvenen. Vanuit het vaste geloof en de vaste hoop op hun eeuwig Pasen. Vanuit het vaste vertrouwen op Christus’ verdienste. Om reden waarvan ik geen probleem heb om te geloven dat er daarvoor nog een loutering plaatsvindt. Graag help ik mee met het liefdeswerk van de Kerk om te bidden en te offeren voor hun definitieve overgang naar het Paradijs. Want ofschoon ik niet geloof in de flauwe liedjes die ons geloof beperken tot ‘lief zijn voor elkaar’, geloof ik wel dat wij juist nu mens voor een mens kunnen zijn. Op de goede manier. Vandaag op Allerzielen, door ons gebed. Triest dat KatholiekNederland en de KRO daar blijkbaar alleen nog om kunnen lachen. Maar wie het laatst lacht, lacht het best. En dat zijn degenen die met elkaar eens, als nieuw Jeruzalem, de Vader aanbidden omwille van het Paasmysterie van Christus.

vrijdag 30 oktober 2009

Mega parochies in de Betuwe

Het nieuws van de dag: Aartsbisschop Eijk ligt onder vuur. Hij heeft in het gebied Betuwe/Linge een drietal dorpsparochies tegen zich in het harnas gejaagd door de parochiebesturen te ontslaan omdat ze niet wilden meewerken aan een fusie met Geldermalsen/Tiel.

De aartsbisschop ligt aan alle kanten onder vuur. Vanuit de betreffende dorpen die zich diep in hun eer aangetast voelen. Begrijpelijk overigens. Maar ook vanuit orthodoxe kring, bij wie het fusiespook in het aartsbisdom zulk een diep wantrouwen vanuit het recente verleden oproept, dat men ook vanuit de natuurlijke achterban van Eijk aan het morren is geslagen. Ook begrijpelijk.

Omwille van de Eucharistie?


Het argument dat de Eucharistie centraal moet worden gesteld en (de weinige) priesters zich niet oneindig kunnen opsplitsen (of dag in dag uit moeten vergaderen) is op zich genomen juist. Elke vorm van nabijheid verdwijnt hoe dan ook - linksom of rechtsom - als er één priester voor 9 parochies overblijft. De herder kent zijn schapen niet meer en andersom. Anderzijds, de berichten als zouden er in de drie Lingedorpen nog 1500 kerkgangers per weekend zijn... als dát zo is, dan wil ik daar best benoemd worden. Want dat zou een ab-so-luut unicum zijn in deze tijd. Wie doet daar dan nu de Mis? In de overlevingsstrijd worden allerlei argumenten gebruikt, als men maar zelfstandig kan blijven... Wat onverlet laat dat de Eucharistie moet worden gewaarborgd. Maar iedereen snapt dat het natuurlijk niet uitmaakt of pastoor Zweers in zijn eentje overal slechts administrator (waarnemend pastoor) zou zijn. Op 9 plaatsen elk weekend de Eucharistie vieren is sowieso onmogelijk. Je moet dan denken in centrale kerken en kerken waar eigenlijk de deur op slot gaat...

De teamstructuur in de Betuwe

Het wantrouwen ten opzichte van het aartsbisdom is echter nog steeds wel terecht. Niemand is overdreven negatief, als we eerlijk onder ogen zien dat de pastorale situatie in de grote megaparochies aldaar - en ook in de Betuwe - nou niet bepaald overdreven katholiek te noemen is. Het parochieverband West-Betuwe gaat bestaan uit de (voormalige) parochies van Tiel, Culemborg, Buren/Geldermalsen, Maurik, Varik, Beesd, Gellicum/Rhenoy en Rumpt. "Het pastorale team bestaat uit de pastoraal werkers Aad van Dijk, Joset van Leeuwen, Stefan Mangnus, diaken Vincent van der Helm en pastoor Gerben Zweers." Het team is zeer verscheiden van insteek, waarbij de gewijde bedienaren volgens hun eigen profielschets wel op de lijn van de bisschop zitten, maar andere leden met kerkelijke punten wat meer moeite hebben. (zie de website van de parochie Tiel) De pastoraal werkenden en de diaken noemen zich geen 'pastor' gelukkig, maar volgens de website van Tiel is "het hoofd van de parochie pastoor G.J.B. Zweers. De dagelijkse leiding [in Tiel] berust bij pastoraal werker A. van Dijk." En zouden de pastoraal werkenden bijvoorbeeld ook niet af en toe dopen of preken?

De bovenstaande beschrijving roept bij velen die gewend zijn aan de uitgeholde ambtsstructuur uit de tijd van vicaris Piet Rentinck, kriebels op. Een brave pastoor die de leiding moet/wil afstaan aan de pastoraal werker? Is dat een katholieke situatie?

Nee, zolang het in het aartsbisdom niet inhoudelijk meer op orde komt, zal de aartsbisschop ook van orthodoxe zijde de wind van voren krijgen omdat hij zonder dat misschien te willen, allerlei plaatselijke gemeenschappen opoffert aan de zogenaamde dwang van de omstandigheden. En dus ook aan de dagelijkse leiding van pastoraal werkers.

Wat is het alternatief? Is er dat?

Aan de andere kant: wat moet aartsbisschop Eijk dán? Alle parochies, groot en klein, laten bestaan is geen optie. Ik ken die regio vrij goed. Wat moet je daar pastoraal anders dan fuseren? Iets meer dan 10 jaar geleden heb ik eens de Eucharistie gevierd in Varik, één van de betrokken dorpen in de regio. De oude pastoor was toen net overleden. Ik heb daar toen al mensen gesproken die aandoenlijk trots waren op hun parochie en kerk, maar desondanks werd Varik bij Tiel gevoegd omdat er geen eigen priester meer kon worden benoemd. Wat was het alternatief? Meestal gaan parochies als ze niet worden samengevoegd maar ook geen pastoor (kunnen) krijgen, zelfstandig verder. Dan protestantiseren ze in hoog tempo, met vrijwilligers die communiediensten doen en alles maar dan ook álles zelf doen. Is dat een optie? Ik denk het niet dus. Laten we wel bedenken dat juist in die streek de protestantse gemeenten veel sterker en prominenter (en strenger) zijn dan de katholieke parochies. Kleine dorpen, met vaak een minderheid katholieken. Het gaat vaak echt om hele kleine gemeenschappen! Om daar een goede pastorale bediening te verzorgen is een hele toer. Om over nabijheid nog maar te zwijgen. Van Tiel-Centrum naar Beesd is binnendoor of zelfs als er bij Deil geen files staan, toch 40-45 minuten met de auto. Een priester wordt onzichtbaar en dus het gewijde ambt. Hoe dan ook gaan dit soort kleine kernen langzaamaan ten onder aan het nijpende priestertekort...

De verliezers

Deze strijd kent alleen maar verliezers. De parochianen zijn de dupe. Ze verliezen langzaam hun Kerk die hen dierbaar is. Maar dat gebeurt ook als ze niet meegaan in de fusieperikelen. Zonder de grotere buurparochies redden ze het niet. Zonder monumentenzorg redden hun kerkgebouwen het ook niet (en er liggen daar serieus juweeltjes in het groen!). Zonder bisschop redt de Kerk het ook niet. Zonder ruggensteun redt de bisschop het ook niet. Maar zonder kerkelijke structuur redt niemand het. Om nog maar te zwijgen van de financiën... linksom of rechtsom, met of zonder fusie en ruzie, gaat de boel ook daar op termijn failliet. Kortom: dit is een impasse waarbij niemand de zetel van de aartsbisschop hoeft te benijden. Dat er daarom aan alle kanten fouten worden gemaakt, zal niemand verbazen.

Wat wijsheid is op een schijnbaar zinkend schip, weet niemand. Wat echter redelijk lijkt, is dat je in zo'n situatie niet uit boosheid de kapitein overboord moet zetten. Maar de kapitein moet van zijn kant zuinig zijn op de bemanning in de machinekamers. Ook op een zinkend schip op de Linge is een dilemma niet snel opgelost.